De toets uitgelegd

Ssst Citotoets! Nog steeds wijzen veel scholen hun leerlingen zo op de afname van de Centrale Eindtoets. Bij Cito vinden we dat een compliment. En laten we wel zijn: de Citotoets ís ook de voorloper van de Centrale Eindtoets. Hoe werkt die Centrale Eindtoets eigenlijk?

Taal, rekenen en wereldoriëntatie

Taal en rekenen. Dat zijn de verplichte onderdelen van de Centrale Eindtoets. De toets is er op twee niveaus: de N- en de B-toets. Verspreid over drie dagen maken de leerlingen 220 opgaven (135 voor taal en 85 voor rekenen). Elke dag zijn ze daar twee uur mee bezig. Scholen kunnen hier 90 opgaven voor wereldoriëntatie aan toevoegen. Dat hoeft niet, dat mag. Als ze dit doen, duurt de toets elke dag 40 minuten langer. Bekijk het aantal vragen per onderdeel.

Twee uur x drie dagdelen

Bij de Centrale Eindtoets maken kinderen op drie dagdelen steeds twee uur taal- en rekenopgaven. Natuurlijk met pauzes tussendoor. Daarmee duurt de toets het langst van alle eindtoetsen. Maar toetsen we dan ook te veel? Of te uitgebreid? Bij Cito hebben we 50 jaar ervaring in het afnemen van de Centrale Eindtoets/Citotoets. We weten wat kinderen op die leeftijd aan kunnen én weten wat nodig is om een echt goed advies te kunnen geven. De Centrale Eindtoets vormt een mooi evenwicht daartussen.

Op papier en digitaal

Al tien jaar lang is de Centrale Eindtoets/Citotoets er op papier én digitaal. Scholen maken zelf de keuze: toetsen op papier of op de computer. Bij de papieren toets staan de opgaven in opgavenboekjes. De leerlingen strepen de antwoorden met potlood aan op een antwoordblad. In de digitale toets zijn de onderdelen, de volgorde en het aantal opgaven hetzelfde als in de papieren toets.

Adaptief vanaf 2018, in 2017 twee niveaus

Vanaf 2018 is de digitale Centrale Eindtoets volledig vernieuwd. De toets wordt dan adaptief. Daarmee wordt de toets flexibeler, uitdagender en motiverender. De adaptieve toets past zich namelijk automatisch aan op het niveau van de leerling. Tot en met 2017 is  zowel de papieren als de digitale toets er op twee niveaus: de N- en de B-toets.
Lees meer over de digitale adaptieve Centrale Eindtoets
Meer weten over de N- en de B-toets

Voor alle leerlingen

De Centrale Eindtoets houdt standaard rekening met dyslectische en kleurenblinde leerlingen en met kinderen van verschillende overtuigingen. Via een uitgekiende mix van makkelijke en moeilijke vragen, geeft de toets kinderen zelfvertrouwen en motivatie. Daarbovenop komen keuzes die een school kan maken. Voor leerlingen die zich moeilijk kunnen concentreren, is de digitale eindtoets prettig. Voor leerlingen op een lager niveau of leerlingen met faalangst, is de N-toets de beste optie. En voor blinde leerlingen is de toets er in braille.
Praktische informatie: ga naar de website Centrale Eindtoets PO

Zelf de toets maken?