De werking van een computergestuurde adaptieve toets (CAT)

Bij een CAT put de computer uit een ‘bank’ met opgaven van verschillende moeilijkheid. De computer selecteert voor een leerling die opgaven die het best bij zijn of haar vaardigheid passen. Na het geven van een goed antwoord volgt er een wat moeilijker opgave en na het geven van een fout antwoord een wat makkelijker opgave. Veel te moeilijke en te makkelijke opgaven komen niet voor selectie in aanmerking.

Vaardigheidsschaal

De computer zet de scores op de opgaven voor alle leerlingen om naar een en dezelfde onderliggende vaardigheidsschaal. Ook al krijgen leerlingen zeer verschillende opgaven voorgelegd, hun resultaten blijven onderling vergelijkbaar.

De twee grote voordelen van een CAT:

  • Altijd op niveau! Een CAT is voor een leerling nooit frustrerend. Iedere leerling wordt uitgedaagd op het eigen niveau, terwijl de toetsresultaten voor alle leerlingen onderling vergelijkbaar blijven.
  • Minder toetstijd! Een CAT bevat tot veertig procent minder opgaven dan een papieren toets die even nauwkeurig meet. De CAT bevat immers uitsluitend opgaven die toegesneden zijn op het niveau van de leerling. Bij een papieren toets is dit lang niet altijd het geval.

 

De werking van een CAT in beeld gebracht


"De computer geeft een instructie over het maken van de CAT met voorbeeldopgaven"
"De computer selecteert de opgave die het best past bij de op basis van eerder gegeven antwoorden geschatte vaardigheid. "Als er nog geen schatting gemaakt is, biedt de computer één of meer opgaven van een gemiddelde moeilijkheid aan en bepaalt op grond daarvan een beginschatting van de vaardigheid"
"De computer presenteert de opgave op het beeldscherm en de leerling geeft antwoord."
De computer bepaalt of het antwoord 'goed' of 'fout' is.
De computer berekent op grond van de gescoorde antwoorden de vaardigheid van de leerling en de nauwkeurigheid waarmee deze vaardigheid gemeten wordt. Hoe meer opgaven, des te nauwkeuriger de meting.
"De computer bepaalt of er een nieuwe opgave moet volgen. De CAT stopt indien de schatting nauwkeurig genoeg is of na het maximum aantal opgaven (bijvoorbeeld 30)."De computer rapporteert de vaardigheid in een voor de leerkracht interpreteerbare vorm.