Cathy van Tuijl over het ontwikkelingsproces van kinderen

Toetsen en observaties geven u belangrijke informatie over de onderwijsbehoeften van uw leerlingen. Tenminste als u een duidelijk doel hebt en rekening houdt met hun ontwikkeling. Inzicht in het rijpingsproces van kinderen helpt u daarbij. Wij vroegen Cathy van Tuijl (lector gedrag- en leerproblemen en docentonderzoeker) naar haar visie.

Dr. Cathy van Tuijl is werkzaam als lector gedrag- en leerproblemen bij Saxion Hogeschool en docent-onderzoeker bij Universiteit Utrecht. Zij zet wetenschappelijke inzichten rond omgevingsinvloeden van jonge kinderen om naar de gezins- en schoolpraktijk. Wij vroegen haar naar de werking van het ontwikkelingsproces van jonge kinderen. Welke invloed heeft dat op het beoordelen? En hoe gebruik je als leerkracht die informatie om de ontwikkeling van kinderen te stimuleren?

Hoe ontwikkelen jonge kinderen zich?

Volgens Cathy kunnen we bij de ontwikkeling van jonge kinderen denken aan:
  1. lichamelijke groei die kinderen doormaken (zoals lengte);
  2. rijpingsprocessen in de hersenen (deze zorgen ervoor dat bijvoorbeeld aandacht en geheugen veranderen);
  3. ontwikkeling in termen van kwantitatieve en kwalitatieve veranderingen (bijvoorbeeld denken en taal).

‘Het tweede en derde onderdeel vormen samen de cognitieve en psychosociale ontwikkeling van kinderen. Dit betekent vooral dat eigenschappen van kinderen (leervermogen, taal of emotionele kenmerken zoals temperament) in interactie met de omgeving kwantitatief en kwalitatief veranderen. In de loop van de tijd begrijpen en gebruiken kinderen steeds meer woorden. Ook gebruiken ze taal meer en meer voor verschillende doelen (informeren, converseren, argumenteren). De mate van verandering is afhankelijk van de omgeving. Lezen ouders voor? Worden kinderen thuis gestimuleerd om te praten?’

Hoe breng je deze ontwikkeling in kaart?

‘Er zijn verschillende mogelijkheden om de ontwikkeling van jonge kinderen in kaart te brengen.
  1. Zo kun je een kind observeren en vaststellen of bijvoorbeeld de woordenschat of het taalgebruik past bij de leeftijd.
  2. Of je neemt bijvoorbeeld een passieve woordenschattoets af en baseert het oordeel op de score die uit de toets rolt.

In beide gevallen hebben we te maken met een momentopname. In beide gevallen speelt de situatie een rol. Was het kind bezig iets te bouwen toen we observeerden? Dan gebruikte het misschien op dat moment weinig taal. Terwijl het samenspel aan de watertafel een ander beeld van het taalgebruik zou geven. Ook bij de toets speelt de situatie een rol. Is het kind moe na de lunch of beweeglijk? Is het nog opgewonden van het buitenspel in de pauze? Dan is de kans groot dat het kind minder goed presteert dan wanneer de test op een rustig moment in de ochtend was afgenomen. Het is dus belangrijk om bij het in kaart brengen van de ontwikkeling een helder doel voor ogen te hebben. En na te gaan of de wijze waarop je de ontwikkeling bekijkt daarbij aansluit.

Welke methode adviseer je?

‘Observaties en toetsen zijn beide nuttig omdat ze elkaar aanvullen. Bij observeren kun je bijvoorbeeld taal in brede zin beoordelen: taalgebruik, woordenschat en articulatie. Een toets heeft als voordeel dat het oordeel onafhankelijker van de leerkracht tot stand komt. Bovendien zet je de score van het kind af tegen een standaardnormering. Hierdoor is vergelijking van dit ene kind met een landelijke norm mogelijk. Maar als je een passieve woordenschattoets afneemt, weet je nog niets over de articulatie door het kind. Aan de andere kant kun je op basis van een observatie geen betrouwbare inschatting maken van het prestatieniveau van het kind ten opzichte van leeftijdsgenoten op taalgebied. Je hebt dus beide instrumenten nodig om ontwikkeling goed in kaart te brengen.

Waarom is het belangrijk kinderen in hun ontwikkeling te volgen?

‘Als onderwijs erop gericht is kinderen te stimuleren in hun ontwikkeling, wil je als leerkracht weten hoe je die ontwikkeling mogelijk maakt. Een tussentijdse beoordeling, op basis van een observatie of toets, geeft informatie over welke stappen je als leerkracht daarvoor kunt zetten. Uitslagen van toetsen of observaties zijn niet bedoeld om kinderen te kwalificeren als slim of dom maar om de leerkracht informatie te geven over het effect van diens onderwijsaanbod. Ook biedt een tussentijdse beoordeling de mogelijkheid het onderwijsaanbod verder af te stemmen op de behoeften van het kind. Dat is de reden dat we evalueren. Juist voor jonge kinderen is tijdig en regelmatig evalueren van belang. De ontwikkeling van denken en taal in deze leeftijdsfase kan grote sprongen maken. Als kinderen in deze fase onvoldoende vooruitgang boeken, houden ze daar hun hele schoolloopbaan last van. Laten we het omdraaien. Als ze in deze fase goed vooruitgang boeken, hebben ze daar hun hele leven profijt van!’

Naar nieuwsoverzicht

Cathy van Tuijl

Saxion foto Cathy