In het kort

De DTT geeft informatie aan leerling, docent en ouders om aan het einde van de onderbouw (het tweede en derde leerjaar) meer te weten over de kansen en aandachtspunten van elke leerling bij de kernvakken. Dit is een goede basis voor gerichte actie, extra begeleiding en remediërende activiteiten of extra uitdaging.

Hieronder staan de meest opvallende/opmerkelijke voordelen van de DDT:
  • Het prototype is een unieke, methode-onafhankelijke toets die geen cijfer of score geeft, maar die per sterk en zwak aspect een individuele diagnose geeft. De diagnoses van een leerling hangen daardoor niet af van hoe goed zijn of haar medeleerlingen het hebben gedaan op de DTT.
  • Om efficiënt te kunnen diagnosticeren is de toets adaptief. Een adaptieve toets is een toets die zich automatisch aanpast aan het antwoordgedrag van de individuele leerling. Adaptiviteit houdt in dat de DTT per kernvak opgaven voorlegt die passen bij het niveau van de leerling. Een vmbo-leerling kan dus ook opgaven op havo-niveau voorgelegd krijgen, als uit antwoordgedrag op eerdere opgaven blijkt dat hij dat niveau aankan.
  • Vanwege de adaptiviteit is de afname volledig digitaal. Voor de DTT zijn ook nieuwe, meer authentieke, opgavevormen ontwikkeld. Bij talen kunnen leerlingen bijvoorbeeld woorden selecteren en verbeteren. Bij wiskunde kunnen leerlingen in opgaven formules invoeren, grafieken tekenen en meetkundige constructies maken die automatisch beoordeeld worden. Alle antwoorden worden automatisch beoordeeld. De automatische beoordeling maakt het ook mogelijk om vrijwel direct na de afname de uitslag te hebben.
  • De leerling hoeft zich niet voor te bereiden op de toets.
  • Een toetsafname duurt gemiddeld 2 uur.