Rapport PISA ‘Investeren in de toekomst’

OESO peilt vaardigheid van 15-jarigen leerlingen in samenwerkend probleemoplossen

21 november 2017 – Vandaag heeft de Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) een rapport uitgebracht over de vaardigheid in samenwerkend probleemoplossen van 15-jarigen in 51 landen waaronder Nederland. De resultaten van dit onderdeel van het internationale PISA-onderzoek (Programme for International Student Assessment) zijn gepresenteerd tijdens een officiële bijeenkomst in Parijs.

Resultaten Nederland

De Nederlandse resultaten zijn gebaseerd op een steekproef van 1.714 15-jarige leerlingen van 187 scholen. Het onderzoek is uitgevoerd door Cito in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De belangrijkste resultaten zijn:

  • Prestaties Nederland ruim boven het gemiddelde van de 32 deelnemende OESO- en 23 deelnemende EU-landen.
    In vergelijking met de gemiddelde prestaties in de OESO-landen heeft Nederland een relatief goede vaardigheidsscore (518 tegenover 500). Hetzelfde geldt voor de vergelijking met de andere EU-landen (518 tegenover 495). Elf OESO-landen hebben een hogere score op samenwerkend probleemoplossen dan Nederland, waarbij 7 landen significant beter presteren dan Nederland. Nederland komt in de rangordening van de EU-landen op een zesde plek, waarbij alleen Estland en Finland statistisch significant hoger scoren.

  • Eén op de tien Nederlandse leerlingen zijn toppresteerders.
    Van de Nederlandse 15-jarigen presteert 10% op het hoogste niveau. Deze leerlingen weten vaak de moeilijkste opgaven uit de test goed te maken. Gemiddeld in de OESO presteert 8% van de leerlingen op het hoogste niveau en in de EU 7%.

  • Basisniveau te moeilijk voor slechts 3% van de Nederlandse leerlingen.
    Slechts 3% van de Nederlandse 15-jarigen presteert onder het basisniveau dat PISA voor samenwerkend probleemoplossen gedefinieerd heeft. Zowel binnen de OESO als in de EU haalt 6% van de leerlingen het basisniveau niet.

  • In Nederland worden vaak ICT-middelen gebruikt.
    Nederland staat internationaal gezien op de vierde plaats op de index ICT-gebruik op school. Op de index ICT-middelen thuis heeft Nederland de hoogste score behaald van de deelnemende OESO-landen.

  • Hogere gemiddelde vaardigheidsscore voor meisjes.
    In alle deelnemende landen scoren meisjes vaak een stuk beter dan jongens. Ook in Nederland hebben meisjes een hogere gemiddelde vaardigheidsscore dan jongens (531 tegenover 504). Dit is anders dan voor wiskunde en natuurwetenschappen: hier scoren jongens en meisjes ongeveer gelijk.

Over PISA

Programme for International Student Assessment (PISA) is een internationaal peilingonderzoek naar de kennis en vaardigheden van 15-jarigen. Sinds 2000 wordt elke drie jaar een representatieve steekproef van scholen en leerlingen getrokken. Meer weten? Lees hier het volledige PISA-rapport over de vaardigheid in samenwerkend probleemoplossen van 15-jarigen ‘Investeren in de toekomst’. Voor eerder verschenen rapportages uit het internationale PISA-onderzoek 2015, klik hier.