Richtlijnen voor de ontwikkeling van onpartijdige toetsen

Waar let je op en hoe zorg je ervoor dat een toets of examen niet één of meer soorten leerlingen bevoordeelt of benadeelt? De antwoorden hierop vindt u in de publicatie ‘Richtlijnen voor de ontwikkeling van onpartijdige toetsen’.

Korte introductie 

De samenstelling van de Nederlandse maatschappij verandert en daarmee ook de samenstelling van de leerjaren in het Nederlandse onderwijs. Een toenemend aantal leerlingen is van niet-Nederlandse afkomst en spreekt thuis vaak een andere taal dan het Nederlands. Goed onderwijs is een van de belangrijkste middelen tot integratie en emancipatie van deze leerlingen.
Sinds enige jaren worden dan ook aanzienlijke inspanningen verricht om het onderwijs ook af te stemmen op allochtone leerlingen. Er is onderwijs in Nederlands als tweede taal, er zijn schakelklassen om de doorstroming naar het reguliere onderwijs te bevorderen, enz. De problemen die allochtone leerlingen ondervinden zijn overigens voor een deel dezelfde en voor een deel vergelijkbaar met de problemen van leerlingen uit sociaal zwakke milieus. Vergeleken met de problemen die allochtone leerlingen vaak ondervinden op school, zijn de problemen voor meisjes gering. Toch is er nog een aantal hardnekkige verschillen die in het nadeel van meisjes werken: vrouwelijke examenkandidaten halen gemiddeld lagere cijfers bij de eindexamens, vooral bij de maatschappijgerichte en exacte vakken. Bovendien beperkt de vakkenkeuze van meisjes hun latere studie- en beroepsmogelijkheden. Onderzoek naar de vraag of de geringere toetsprestaties van allochtone en vrouwelijke leerlingen wellicht het gevolg zijn van onbedoelde kenmerken van de items of opgaven heeft ook in Nederland plaatsgevonden. Uit dat onderzoek bleek dat sommige opgaven moeilijker waren voor allochtone dan voor autochtone leerlingen als gevolg van hun andere culturele en linguïstische achtergrond. Ook bleek dat sommige opgaven moeilijker waren voor meisjes dan voor jongens als gevolg van hun andere interesses en achtergrondkennis.
Het verschijnsel dat een verschil in moeilijkheidsgraad van een opgave voor verschillende groepen leerlingen veroorzaakt wordt door aspecten van de opgave die niet relevant zijn voor wat de opgave beoogt te meten, wordt in de testliteratuur 'itembias' genoemd.

Doel van de Richtlijnen

De richtlijnen hebben in de eerste plaats tot doel ervoor te zorgen dat de toetsen die Cito ontwikkelt geen opgaven met itembias bevatten. Daarnaast streven we er met deze richtlijnen naar dat de toetsen geen opgaven met kwetsende inhoud bevatten. De richtlijnen gebruiken we zowel bij de constructie van nieuwe toetsen als voor de beoordeling van bestaande toetsen. De term onpartijdige toetsen hanteren we voor toetsen die noch opgaven met bias noch opgaven met kwetsende inhoud bevatten. Dat de richtlijnen vooral gaan over allochtone leerlingen en meisjes heeft te maken met de omvang van de betrokken groepen. Overigens zijn de meeste suggesties op het gebied van taalgebruik ook van toepassing op leerlingen uit sociaal zwakke milieus.

Meer informatie

U kunt in het blok rechts de 'Richlijnen voor de ontwikkeling van onpartijdige toetsen' downloaden. Redactie: Bügel, K. & Sanders, P.F. © Cito, Arnhem, 1998.