21 oktober 2014

Rekenprestaties leerlingen speciaal basisonderwijs gestegen

Leerlingen in het speciaal basisonderwijs zijn beter gaan rekenen in de afgelopen zeven jaar. Dit blijkt uit het peilingsonderzoek naar het reken- en wiskundeniveau in de eindgroep van het speciaal basisonderwijs, uitgevoerd in 2013.

De onderzochte onderdelen van het reken- en wiskundeonderwijs zijn getallen, hoofdrekenen en bewerkingen, verhoudingen, breuken en procenten, meten, tijd en geld en verbanden. Uit het onderzoek blijkt dat de prestaties, vergeleken met de vorige peiling in 2006, gestegen zijn op alle aspecten van het rekenen, behalve hoofdrekenen (rekenen zonder gebruik van kladpapier). Het niveau daarvan is gelijk gebleven.

Prestaties vergelijkbaar met jaargroep 5 regulier onderwijs

Verder blijkt dat de gemiddelde leerling aan het eind van het speciaal basisonderwijs op hetzelfde niveau rekent als een leerling aan het eind van jaargroep 5 op de reguliere basisschool. En dat meisjes op alle rekenonderdelen minder vaardig zijn dan jongens.

Tijd voor reken-wiskundeonderwijs toegenomen

In het speciaal basisonderwijs wordt net zo veel gerekend als in het reguliere basisonderwijs, gemiddeld vijf uur per week. Dit is een half uur meer dan in 2006. De tijd voor reken-wiskundeonderwijs in het speciaal basisonderwijs is dus toegenomen.

Methodegebruik steeds meer vergelijkbaar met dat van het regulier basisonderwijs

Veel scholen in het speciaal basisonderwijs zijn in de afgelopen jaren overgestapt op de in het regulier onderwijs veel gebruikte methodes.

PPON rekenen en wiskunde

In 2013 voerde Cito voor de vierde keer een onderzoek rekenen-wiskunde aan het einde van het speciaal basisonderwijs uit. Dit onderzoek omvatte een inventarisatie van het onderwijsaanbod van 41 scholen en de rekenvaardigheid van 993 leerlingen in de eindgroep van het speciaal basisonderwijs en de jaargroepen 4 tot en met 7 van het reguliere basisonderwijs. De vorige peiling vond plaats in 2006. Een deel van de opgaven voor dit onderzoek is ook in 2006 voorgelegd aan de leerlingen. Dit maakte het mogelijk het niveau van rekenvaardigheid over een periode van zeven jaar te vergelijken.