Schooladvies: Cito levert een stukje van de puzzel

In acht jaar tijd verzamelt een basisschool een schat aan gegevens over een leerling: een prima basis voor een passend schooladvies voor het voortgezet onderwijs. Het gaat daarbij echt niet alleen om toetsresultaten. Een schooladvies is altijd mensenwerk. Een leerling is immers veel meer dan een optelsom van behaalde toetsscores.

Bij het opstellen van een passend advies spelen naast schoolse vaardigheden ook de werkhouding, motivatie, sociaal-emotionele ontwikkeling en thuissituatie een rol. Een leerkracht gebruikt alle beschikbare kennis over de leerling om tot een passend advies voor het voortgezet onderwijs te komen. Toetsscores hebben hierbij een ondersteunende functie.

Graag geven we antwoord op vragen die er spelen bij scholen, leerlingen, ouders en leerkrachten over het schooladvies (in relatie tot Cito). Staat uw vraag er niet tussen of wilt u meer weten? Neem dan gerust contact met ons op!



Allereerst: bovenstaande afbeelding keert – in verschillende varianten -– regelmatig terug op social media. Inhoudelijk zeker correct! Met onze volgsystemen en toetsen geven we inzicht in kennis en vaardigheden. En soms ook in motivatie, concentratie, en sociaal emotionele ontwikkeling. Dat is natuurlijk slechts één deel van wat iemand in zich heeft. Een stukje van de puzzel. Ze ondersteunen het inzicht dat de leerkracht, ouders en het kind zelf al hebben in de kwaliteiten van de leerling. Of helpen bij twijfel. Op deze manier bieden wij een mooi hulpmiddel om volgende stappen te zetten voor de toekomst!

Hoe draagt Cito bij aan een passend schooladvies?

Naast de dagelijkse observaties tijdens de lessen kan een leerkracht gebruikmaken van onze LVS-toetsen en de Entreetoets groep 7 om zo een nog beter beeld te krijgen van de leerling.
  • LVS-toetsen
    Met de LVS-toetsen brengen we de leervorderingen van leerlingen gedurende de hele basisschoolperiode op systematische wijze in kaart. De toetsen geven inzicht in de resultaten van het onderwijs op leerling-, groeps- en schoolniveau – informatie die houvast geeft bij het plannen en evalueren van het onderwijsaanbod. Onze LVS-toetsen zijn een stukje van de puzzel, naast alle andere informatie die een leerkracht al van de leerlingen heeft, zoals observaties, werkjes, methodetoetsen en gegevens over de sociaal-emotionele ontwikkeling. > Lees meer
  • Entreetoets groep 7
    De Entreetoets geeft de school een compact beeld van het vaardigheidsniveau van de leerlingen op de onderdelen Rekenen, Lezen en Taalverzorging, inclusief het behaalde referentieniveau voor deze onderdelen. Een van de rapportages die de school per leerling ontvangt, is het Rapport Vooruitblik. Dit rapport geeft een voorspelling van het best passende brugklastype(n) voor de leerling. We maken dit voorspellende rapport op basis van jaarlijks onderzoek. Met behulp van toelatingsgegevens en doorstroomgegevens van het CBS onderzoeken we jaarlijks hoe succesvol een leerling met een bepaalde Entreetoetsscore is geweest in de eerste jaren van het voortgezet onderwijs. > Lees meer

'Laatst kregen we terug van VO-scholen dat onze adviezen altijd zo goed kloppen. Een mooie bevestiging dat de combinatie van LVS-toetsen, Entreetoets én vooral goed kijken naar de leerling samen bijdragen aan een gedegen schooladvies.' – Karine de Jong, locatieleider en intern begeleider OBS de Wateringe uit Hellevoetsluis

En welke rol speelt de Centrale Eindtoets bij het schooladvies?

Vóór 1 maart krijgen leerlingen van groep 8 hun schooladvies. In april of mei maken ze vervolgens een verplichte eindtoets. De Centrale Eindtoets geeft een tweede advies en is bedoeld om te kijken of de school met het schooladvies in de juiste richting zat. Alleen wanneer het resultaat op de eindtoets beter is dan het al afgegeven schooladvies laat zien, kan de basisschool – in overleg met ouders en leerling – ervoor kiezen om het schooladvies aan te passen. > Lees meer

Wat zegt de Inspectie van het Onderwijs?

De Inspectie van het Onderwijs over het schooladvies: 'Het schooladvies moet gebaseerd zijn op de resultaten die de leerling heeft gehaald gedurende zijn schoolloopbaan, maar ook op de bredere kennis die de school van de leerling heeft (motivatie, ondersteuning vanuit thuis, sociale en emotionele ontwikkeling enzovoorts). Daarnaast moet er een heldere procedure zijn waarbij betrokkenen goed geïnformeerd worden.'



Specifieke vragen over de LVS-toetsen

Hoeveel scholen maken gebruik van het Cito Volgsysteem?

Zo'n 85 procent van de scholen gebruikt een of meerdere toetsen van ons Cito Volgsysteem primair en speciaal onderwijs (waar de LVS-toetsen onderdeel van uitmaken).

Hoe volg je de ontwikkeling van leerlingen met de LVS-toetsen?

De toetsen uit het leerlingvolgsysteem zijn bedoeld als hulpmiddel voor de leerkracht. Voor elke schoolse vaardigheid is een reeks toetsen beschikbaar, zoals Rekenen-Wiskunde, Begrijpend lezen en Spelling. Het leerlingvolgsysteem geeft extra, objectieve informatie over de kinderen, naast dat wat de leerkracht al ziet tijdens de les. Ze kunnen daarmee de ontwikkeling van kinderen volgen en zo signaleren welke leerlingen extra aandacht of uitleg nodig hebben. Zo kunnen ze de kinderen dát onderwijs geven dat het best bij hen past: onderwijs op maat. Door de ontwikkeling gedurende de basisschool goed te volgen, ontstaat er geleidelijk een beeld bij de school over welke vervolgstap goed zou passen. De school stelt mede op basis daarvan, en dus ook op zaken als werkhouding, motivatie en sociaal-emotionele ontwikkeling, het schooladvies op.

Hoe zijn de LVS-toetsen genormeerd?

Stel dat Lynn uit groep 7 een rekentoets maakt. Van de 30 opgaven maakt zij er 24 goed. Wat betekent die score van 24 goed nu? Hoe goed kan ze rekenen? Rekent ze goed genoeg om door te kunnen in de lesmethode? Kan ze goed genoeg rekenen om straks naar het havo te kunnen? Om antwoord te kunnen geven op dit soort vragen, worden de meeste toetsen genormeerd. Daarbij kun je grofweg twee soort normen onderscheiden: relatieve en absolute normen. 
  • Relatieve normen: hiermee vergelijk je de toetsscore van een leerling met die van andere leerlingen uit dezelfde doelgroep. Vrijwel al onze LVS-toetsen kennen, net als andere volgtoetsen, relatieve normen: de bekende A t/m E en I t/m V. De werkwijze is net als bij de grafieken van het consultatiebureau waarin lengte en gewicht worden bijgehouden. Met zo'n relatieve norm kunnen we bepalen of Lynn uit het voorbeeld de toets beter, net zo goed of slechter heeft gemaakt dan haar leeftijdsgenoten. Wat is het nut van deze informatie? In de eerste plaats kan de leerkracht  de prestaties van Lynn nu breder vergelijken. Het kan best dat Lynn met 24 goed de laagste score van haar eigen klas heeft, maar dat ze vergeleken met alle leerlingen van groep 7 in Nederland een gemiddelde score heeft behaald. En als je de ontwikkeling van Lynn in de loop van de tijd volgt, ziet een leerkracht ook of ze zich ook verder ontwikkelt volgens die gemiddelde lijn. Dus net zoals het consultatiebureau, waar ze bijhouden of je kind groeit zoals je zou mogen verwachten.
  • Absolute normen: hiermee vergelijk je de prestatie van een leerling met een beheersingsstandaard. Die standaard gebruik je om te bepalen of een leerling over voldoende kennis en vaardigheden beschikt om bijvoorbeeld een bepaalde studie te doen. De centrale examens in Nederland hebben zo'n absolute norm: de grens tussen voldoende en onvoldoende op een examen. Sinds een aantal jaren kennen we voor het basisonderwijs de referentieniveaus voor de Nederlandse taal en Rekenen – eveneens een absolute standaard, door de overheid ontwikkeld, die aangeeft of het niveau van een leerling op Lezen en Rekenen voldoende is om soepel te kunnen overstappen naar het voortgezet onderwijs. Sinds deze referentieniveaus bekend zijn, geven we deze ook weer op onze rapportages.

Waarom zijn de normen in 2012 aangepast?

Het slijten van normen is een bekend fenomeen. Scholen en besturen gaven signalen dat leerlingen de LVS-toetsen beter maakten dan gedacht. Ons onderzoek op basis van gegevens van duizenden scholen die onze toetsen afnemen, bevestigde dat: leerlingen maakten de toetsen beter dan de leerlingen in de normeringsonderzoeken van jaren geleden. We hadden het daarbij kunnen laten: een hoger niveau is toch prettig voor een leerling of de school? We hebben de normen aangepast, omdat deze leiden tot verkeerde conclusies. Op basis van de oude normen zouden scholen ten onrechte de conclusie kunnen trekken dat hun leerlingen het prima doen ten opzichte van andere scholen en leerlingen in Nederland. Door de nieuwe normen kregen de scholen weer een juiste benchmark voor hun leerlingen. Dat voorkomt op de langere termijn minder prettige verrassingen, zoals tegenvallende scores op de Entreetoets of de eindtoetsen. > Lees meer

Wie is verantwoordelijk voor het juiste gebruik van resultaten op LVS-toetsen in het schooladvies?

Bij het opstellen van het schooladvies is het belangrijk om naar het complete beeld van de leerlingen te kijken. Zoals gezegd is een kind veel meer dan een optelsom van behaalde toetsscores. Uiteraard kan een school de groei van een leerling laten zien (gemeten met bijvoorbeeld een LVS-toets) en meenemen in het totaalbeeld, dat leidt tot het schooladvies. Het is onze verantwoordelijkheid om goed uit te leggen waarvoor de toetsen bedoeld zijn en hoe de resultaten geïnterpreteerd en gebruikt moeten worden. In het geval van het schooladvies geven we duidelijk aan dat het niet de bedoeling is om vanaf het begin van het basisonderwijs op basis van toetsresultaten toe te werken richting een uitstroomprofiel in het voortgezet onderwijs. Leerlingen ontwikkelen zich niet lineair en er kan nog veel gebeuren in de zes jaren tussen groep 3 en groep 8, waardoor leerlingen – met de juiste stimulans – veel meer kunnen dan van tevoren gedacht. Uiteindelijk is het de verantwoordelijkheid van de school om de beschikbare gegevens op een juiste manier te gebruiken. Het belang van de leerling moet vooropstaan. Dat betekent een plaatsing in het voortgezet onderwijs die past bij het niveau en de mogelijkheden van de leerling.

Ontvangen jullie signalen dat scholen de resultaten van het LVS niet optimaal gebruiken?

Wij zijn van mening dat een toets altijd een hulpmiddel moet zijn, nooit een doel op zich. Een hulpmiddel om het beeld van de leerling nóg scherper te krijgen en daarmee het onderwijs beter af te stemmen op de behoefte van de leerling. Op dit vlak is winst te behalen. Hoe zorgen we ervoor dat onze rapportages beter en makkelijker geïnterpreteerd kunnen worden? Hoe helpen wij scholen om de informatie uit de toets om te zetten naar handelen in de dagelijkse onderwijspraktijk? Dit zijn vragen die ons bezighouden en waar we veel klantonderzoek naar doen. Met als doel om onze toetsen en rapportages te verbeteren zodat de LVS-toetsen optimaal gebruikt worden.

Op welke manier geeft Cito voorlichting aan scholen en leerkrachten over het LVS?

Op veel verschillende manieren. Onze educatief adviseurs bezoeken dagelijks scholen en besturen om voorlichting te geven over onze producten en hoe deze nog beter in te zetten. Daarnaast biedt Cito trainingen aan. Met diverse onderwijsbureaus werken wij samen om nog meer scholen te bereiken en te informeren over de toetsen en hoe je hier meer uit kunt halen. Tenslotte zorgen we voor voorlichting aan scholen door middel van mailingen, webinars, workshops, presentaties, etc. En kijk ook eens uitgebreid rond op deze site!