6 december 2016

15-jarigen minder goed in natuurwetenschappen en wiskunde

In 2015 presteren Nederlandse 15-jarigen in het vmbo minder goed op internationale toetsen voor natuurwetenschappen dan in 2012. Bij wiskunde zijn de prestaties in vwo, havo en vmbo bb gedaald. De leesvaardigheid van de leerlingen is wel op peil gebleven. Dat blijkt uit het PISA-onderzoek naar de prestaties van 15-jarige leerlingen waarvan de resultaten vandaag bekend gemaakt zijn. De recente niveaudaling doet zich voor in het merendeel van de OESO- en EU-landen. Daardoor staat Nederland er in het internationale gezelschap nog steeds relatief goed voor. De wiskundeprestaties zijn in Nederland sinds 2003 stapje voor stapje gedaald.

Prestaties natuurwetenschappen gedaald

In de periode tot 2012 zijn de prestaties van de 15-jarigen voor natuurwetenschappen op hetzelfde niveau gebleven. Van 2012 naar 2015 zien we echter een daling. Niet alleen in Nederland, maar ook in het merendeel van de OESO- en EU-landen. In 2015 neemt Nederland in EU-verband een zesde positie in. Het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Ierland en Slovenië doen het even goed als Nederland. Alleen Estland en Finland zijn significant beter in natuurwetenschappen dan ons land. Op de internationale ranglijst van de 71 landen die aan PISA deelnamen, neemt Nederland in 2015 een zeventiende positie in. De recente niveaudaling doet zich voor in het vmbo en niet in havo en vwo.

Onderwijs in natuurwetenschappen

Aan deelnemende leerlingen is onder andere gevraagd wat zij vonden van het onderwijs in de lessen natuurwetenschappen. In Nederland komen onderzoeksgerichte werkvormen minder voor dan in OESO-verband. Wel doen Nederlandse 15-jarigen vaker proeven in het practicumlokaal. Cognitief uitdagende werkvormen en docent-gestuurde instructies zijn in Nederland minder gebruikelijk. Nederlandse leerlingen ervaren ook relatief weinig hulp en ondersteuning van hun docent.

Attituden ten opzichte van natuurwetenschappen

Nederlandse 15-jarigen beleven minder plezier aan het leren van natuurwetenschappen dan hun leeftijdgenoten in de OESO-landen. Ook hebben zij wat minder belangstelling voor brede natuurwetenschappelijke thema’s en vinden zij natuurwetenschappen minder belangrijk voor het vinden van een baan na hun opleiding. Positief is dat Nederlandse vijftienjarigen zich net zo competent voelen in het uitvoeren van natuurwetenschappelijke opdrachten als hun leeftijdgenoten in de OESO-landen.

Prestaties leesvaardigheid op peil gebleven

In de periode 2003 - 2012 is de leesvaardigheid van Nederlandse 15-jarigen niet wezenlijk veranderd. Binnen de EU komt Nederland voor leesvaardigheid op de zevende plaats. Alleen Estland, Ierland en EU-koploper Finland doen het significant beter dan Nederland. Bij de OESO-landen staat Nederland vijftiende. Op de internationale ranglijst van 71 landen die aan Pisa deelnamen, neemt Nederland een vijftiende positie in. Tot de tien landen die het significant beter doen dan ons land behoren vier Aziatische landen: koploper Singapore, Hong Kong-China, Zuid-Korea en Macao-China.

In PISA zijn laaggeletterden gedefinieerd als degenen die onder vaardigheidsniveau 2 presteren. Sinds 2003 is het percentage laaggeletterden in Nederland significant toegenomen van 12% naar 18%. Het gaat hier overigens om leerlingen die moeite hebben met lezen, niet om analfabeten.

Prestaties wiskunde gedaald

De wiskundeprestaties zijn in Nederland stapje voor stapje gedaald. Uit het onderzoek 2015 blijkt dat de daling van de prestaties zich heeft voortgezet en zelfs wat groter is geworden. In Nederland lijkt het niveau van wiskunde sterker te dalen dan in de OESO-landen. De niveaudaling zien we ook terug in het percentage leerlingen met hoge scores voor wiskunde. Dat is in Nederland gedaald van 26% in 2003 naar 16% in 2015. Binnen de EU komt Nederland op tweede plaats na EU-koploper Estland. Binnen de OESO-landen staat ons land zesde. Op de internationale ranglijst van de 71 OESO- en partnerlanden neemt Nederland een elfde positie in. De top-vijf wordt aangevoerd door Singapore en Hongkong, op de voet gevolgd door Macao-China, Taiwan en Japan.

Achtergrond

Sinds 2000 onderzoekt PISA iedere drie jaar wereldwijd de vaardigheden van 15-jarige leerlingen. Aan PISA-2015 hebben 71 landen en meer dan 500.000 leerlingen meegedaan. PISA is hiermee het grootste internationaal vergelijkende onderzoek naar de prestaties van leerlingen in onderwijsstelsels in de wereld. Dankzij de medewerking van schoolleiders, leerkrachten en leerlingen heeft Nederland aan de strenge internationale responseisen voldaan. Het onderzoek in Nederland is uitgevoerd door Cito.
In de aanloop naar 2015 zijn het domein en de toetsen voor natuurwetenschappen grondig herzien. Bovendien zijn de toetsen in de meeste landen voor het eerst digitaal in plaats van op papier aan leerlingen voorgelegd. Deze veranderingen geven aanleiding om de geconstateerde trends met meer dan de gebruikelijke voorzichtigheid te interpreteren.

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Edward Ernst
Tel: (026) 352 15 55
E-mail: edward.ernst@cito.nl
Het Nederlandse rapport is te vinden op www.pisa.nl
De internationale resultaten zijn te vinden op www.oecd.org/pisa/