SluitenSluiten
studenten aan het werk

Microlearningbank

Validiteit

Cito logo plectrumVerder
Microlearning

Validiteit

Wanneer je toetsen inzet in het onderwijs, wil je uiteraard dat deze kwalitatief goed zijn. In toetstermen noemen we dit 'een betrouwbare én valide toets'. Maar wat is validiteit precies? Is dat een 'toets die meet wat ie moet meten’ ? En wat is dat dan eigenlijk? In deze microlearning leren we je meer over validiteit.

Drie kernvaliditeiten

In 1955 onderscheidden de Amerikaanse psychometrici Cronbach en Meehl (1955) drie soorten validiteit. Hun onderzoeksartikel was baanbrekend en is nog steeds invloedrijk. Volgens Cronbach en Meehl wordt de kwaliteit van een toets inzichtelijk als wordt gekeken naar: 

  • Criteriumvaliditeit
  • Inhoudsvaliditeit
  • Constructvaliditeit

Dit is ... criteriumvaliditeit

Toetsen worden vaak gebruikt om een bepaald criterium, een vereiste vaardigheid, te voorspellen. Bijvoorbeeld of iemand in staat is om deel te nemen aan een opleiding, een onderwijsniveau of een baan. Als de score op de toets in voldoende mate samenhangt (correleert) met een toekomstige prestatie, dan heeft de toets een hoge voorspellende waarde. Dit wordt ‘criteriumvaliditeit’ genoemd.

Dit is ... inhoudsvaliditeit

Bij inhoudsvaliditeit check je de koppeling tussen de opgaven in de toets en het hele inhoudsdomein. Met andere woorden: je wilt weten of alle leerstof wel voldoende terugkomt in de toets. Als docent maakt dit het belangrijk om - voordat je de toets ontwikkelt - eerst het inhoudsdomein te definiëren en goed af te bakenen. Dit kun je bijvoorbeeld doen door het uitwerken van een toetsmatrijs. Zo'n toetsmatrijs geeft een overzicht van de stof die je wil toetsen, het gewenste niveau en de eindtermen.

Dit is ... constructvaliditeit

Constructvaliditeit wordt ook wel begripsvaliditeit genoemd. Het refereert aan de vaardigheid die je wilt meten. Deze vaardigheid is in veel gevallen niet direct zichtbaar, maar moet afgeleid worden uit de toetsprestaties. Voor een wiskundetoets over kansberekening geldt bijvoorbeeld dat de vaardigheid in kansberekening ervoor moet zorgen dat toetsscores variëren. Kortom: leerlingen met een hoge vaardigheid in kansrekening zouden hoger moeten scoren dan leerlingen met een lage vaardigheid. Dit klinkt logisch, de variatie zou moeten ontstaan door meer of mindere beheersing van het construct. Toch gebeurt het soms dat de prestaties op de toets (onbedoeld) worden beïnvloed door een andere vaardigheid. Als er bijvoorbeeld veel tekst zit in een rekentoets, toets je naast het construct rekenen ook onbedoeld het construct leesvaardigheid. Door de constructvaliditeit te onderzoeken, probeer je dit te voorkomen.
Trend in validiteit

Argument-based approach

Bewijsgericht valideren
Een recentere benadering van validiteit is de argument-based approach to validation (Kane, 2013), oftewel bewijsgericht valideren. In deze methode gaat het om de interpretaties die aan de toetsscores worden verbonden, bijvoorbeeld of de toets wordt gebruikt voor een zak-slaagbeslissing. Je evalueert dus de plausibiliteit van de genomen beslissingen.
Interpretatief- en gebruiksargument
Bij het bewijsgericht valideren lever je eerst een interpretatief- en gebruiksargument. Daarvoor schrijf je een betoog dat rechtvaardigt waarom je vanuit de prestatie op de toets kunt oordelen over (veralgemenen naar) de vaardigheid.
Validiteitsargument
Met het validiteitsargument analyseer je het interpretatief- en gebruiksargument. Welke claims zijn sterk en welke zwakker? Je verzamelt bewijzen die de claims kunnen ondersteunen. De grootste validiteitsbedreigers worden eerst onderzocht.
        Bewijsgericht valideren
        Meer
        Interpretatief- en gebruiksargument
        Meer
        Validiteitsargument
        Meer
        "Het bewijsgericht valideren kun je zien als een treintje met locomotief. Elk wagonnetje is een bewijsstapje van prestatie tot beslissing."
        geel
        Cito-expert over bewijsgericht valideren

        Verdiep je kennis