Sluiten
aan het chillen

Onderzoek in opdracht

Peilingsonderzoek Rekenen-Wiskunde

Peilingsonderzoek Rekenen-Wiskunde

In het schooljaar 2018-2019 werd een peilingsonderzoek uitgevoerd naar het rekenonderwijs op basisscholen. We onderzoeken hoe het gesteld is met de rekenvaardigheid van leerlingen uit groep 8 van het regulier onderwijs en bij schoolverlaters van het SBO. Cito werkt bij dit peilingsonderzoek samen met Kohnstam Instituut, Universiteit Leiden en KPC. Wij ontwikkelen de meetinstrumenten en voeren de psychometrische analyses uit. De dataverzameling heeft inmiddels plaatsgevonden en we zijn momenteel bezig met de eindrapportage.
Onderzoeksopzet
  • Bij het samenstellen koppelen we de toetsen met ankeropgaven aan eerdere onderzoeken: aan de peiling Rekenen-Wiskunde in het sbo (2013), en aan de peiling Rekenen-Wiskunde eind basisonderwijs (2011). Zo kunnen we leerprestaties koppelen en vergelijken met prestaties in eerdere onderzoeken.
  • Ook kunnen we bepalen in welke mate de leerlingen aan de referentieniveaus 1F en 1S voldoen.
  • Verder kijken we hoe de rekenprestaties van leerlingen samenhangen met kenmerken van de leerling, leerkracht en het onderwijsleerproces. Hiervoor nemen we vragenlijsten af.

Opdrachtgever

Onze opdrachtgever voor dit onderzoek is het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO). De supervisie ligt bij de Onderwijsinspectie.

Rekenvaardigheden aan het einde van het basisonderwijs in beeld

Stijgende rekenprestaties

In het basisonderwijs zijn 8ste-groepers de afgelopen jaren beter gaan rekenen. Dit positieve beeld is vergelijkbaar met andere grootschalige onderzoeken naar rekenvaardigheden in het basisonderwijs zoals TIMSS. In het speciaal basisonderwijs zijn de rekenprestaties van leerlingen echter gelijk gebleven. Door deze trends lijken de verschillen in rekenvaardigheden tussen basisonderwijs (bo) en speciaal basisonderwijs (sbo) wat groter te zijn geworden.

Dat blijkt uit Peil.rekenen-wiskunde, een grootschalig onderzoek dat Kohnstamm Instituut, Cito, Universiteit Leiden en KPC Groep in 2019 in opdracht van de Inspectie van het Onderwijs hebben uitgevoerd. Voor de afname van het onderzoek is samengewerkt met TIMSS. Peil.rekenen-wiskunde geeft inzicht in de rekenvaardigheden van leerlingen aan het einde van het basisonderwijs en speciaal basisonderwijs. Bovendien brengt het de ontwikkeling van leerlingprestaties over de tijd in kaart.

Prestaties op de referentieniveaus

Uit het onderzoek blijkt dat 82% van de leerlingen in groep 8 (bao) het referentieniveau (1F) behaalt, en 33% het streefniveau (1S). Deze prestaties passen -vooral als het gaat om het streefniveau- niet bij de ambities die de commissie Meijerink formuleerde bij de introductie van de referentieniveaus (85% 1F en 65% 1S aan het einde van het basisonderwijs).

Samenhang met kenmerken van leerlingen, leerkrachten en scholen

Uit het onderzoek blijkt ook dat met name het zelfvertrouwen van leerlingen in hun eigen rekenvaardigheden positief samenhangt met rekenprestaties: hoe meer zelfvertrouwen in rekenen, hoe hoger de rekenprestaties. Leerkracht- en schoolkenmerken hebben maar weinig samenhang met rekenprestaties: het zelfvertrouwen van de leerkracht in de eigen didactische vaardigheden, de passendheid van de rekenmethode bij de leerkracht en de (ervaren) prestatiegerichtheid van het schoolklimaat hebben een significante, maar verwaarloosbaar kleine samenhang met rekenprestaties van leerlingen.