Sluiten

Hoe de toetsmatrijs voor gelijkwaardige toetsen en examens zorgt

Blog
Rick van Lent
Rick van LentTrainer/adviseur Training & Advies
Geen docent heeft voor het onderwijs gekozen, omdat hij dan een toetsmatrijs mag maken!
Toen ik nog werkzaam was als docent heeft het even geduurd voordat ik nut en noodzaak van de toetsmatrijs inzag. In eerste instantie zag ik het als een noodzakelijk kwaad dat mij beperkte in mijn vrijheid als toetsconstructeur en waarvan het ontwikkelen mij werd opgelegd door het management. En hoewel het maken van een toetsmatrijs nooit mijn hobby zal zijn, wil ik toch de noodzaak van dit fenomeen bespreken onder het mom van: ‘als ik begrijp waarom ik iets doe, dan ben ik vaak beter in staat om het voor het eigenlijke doel in te zetten.’ Dat geldt ook voor de toetsmatrijs. In dit artikel ga ik in op het hoe en waarom van een toetsmatrijs: waar moet een goede toetsmatrijs aan voldoen en hoe kom je tot een goede toetsmatrijs?

Wat is een toetsmatrijs?

Een toetsmatrijs kun je beschouwen als een blauwdruk van de toets1: het is de verantwoording voor de inhoud van de toets. Je maakt hiermee inzichtelijk hoe je de onderwerpen uit het programma van toetsing en afsluiting (PTA) of toetsplan in jouw toets verwerkt. Dit doe je door de verhouding van de onderwerpen aan te geven.

‘Het uitgangspunt is simpel: belangrijke onderwerpen tellen zwaarder mee dan minder belangrijke onderwerpen’


Deze weging baseer je op je vakinhoudelijke deskundigheid. Daarnaast neem je ook het beheersingsniveau van het onderwerp op in de toetsmatrijs: hoeft de leerling het alleen maar te weten en te begrijpen of moet hij het ook kunnen toepassen? Om dit beheersingsniveau te kunnen duiden gebruiken we een taxonomie. De meest gebruikte taxonomie in het onderwijs is die van Bloom (in 2001 herzien door Anderson en Krathwohl). Ik zie hier echter wel iets merkwaardigs: de meeste scholen gebruiken namelijk alleen het cognitieve domein van Bloom. Hierdoor wordt het met name moeilijk om het beheersingsniveau voor vaardigheden of (competent) gedrag te duiden. Ik denk dat met name het beroepsonderwijs meer gebaat is bij de taxonomie van Romiszowski, maar dat kan natuurlijk ook slechts mijn persoonlijke voorkeur zijn. Omdat de taxonomie ‘slechts’ een hulpmiddel is om met elkaar het beheersingsniveau te duiden, is het dus belangrijk dat je (als opleiding) een taxonomie kiest die je (allemaal) begrijpt.

Waarom een toetsmatrijs?

Een toetsmatrijs heeft meerdere doeleinden:
  • het is een hulpmiddel om een toets of een examen te maken,
  • het is een controlemiddel om achteraf vast te stellen of hetgeen in de toets of het examen moet zitten er ook daadwerkelijk in zit,
  • in het verlengde daarvan: het is een manier om naar buiten toe te verantwoorden dat je alles daadwerkelijk getoetst hebt.

Maar wat ik persoonlijk de belangrijkste reden voor het maken van een toetsmatrijs vind, is het feit dat je met een toetsmatrijs de gelijkwaardigheid van de verschillende versies waarborgt. Dus de gelijkwaardigheid van de eerste kans en de herkansing. En de eerste kans van dit jaar en de eerste kans van volgend jaar. Het is wel zo eerlijk als je studenten of leerlingen eenzelfde diploma wilt geven, dat je ze ook op eenzelfde manier de maat neemt.

Je kunt toetsmatrijzen ook gebruiken om je lessen in te delen. In de matrijs staat in welke verhouding de onderwerpen getoetst worden en op welk niveau. Je kunt jouw kostbare onderwijstijd zo efficiënt mogelijk invullen door langer stil te blijven staan bij dat een onderwerp erg belangrijk is, en dus ook voor een groot gedeelte terugkomt in de toets. Onderwerpen die je minder belangrijk vindt, komen dus ook minder aan bod in jouw les. Het is goed je te realiseren dat de toetsmatrijs een vertaling is van wat je belangrijk vindt in het curriculum.

Wanneer een toetsmatrijs?

Zoals ik al eerder aangaf vind ik één van de belangrijke dingen van een toetsmatrijs, het realiseren van de gelijkwaardigheid tussen de verschillende versies van een toets. Dan moet je je dus afvragen: wanneer komt die gelijkwaardigheid het meest in het geding? Wanneer is de kans op niet gelijkwaardige toetsen het grootst? Dan kom je uit bij toetsen die je steeds opnieuw moet samenstellen, dus steeds opnieuw moet schrijven: de theorietoetsen. Want bij het toetsen van vaardigheden of (competent) gedrag, gebruik je een beoordelingsformulier. Als een leerling of student een onvoldoende haalt voor een praktijktoets dan moet een leerling ‘m opnieuw doen en dan gebruik je hetzelfde beoordelingsformulier. Dus de gelijkwaardigheid tussen die toetsen zit al opgesloten in het feit dat je altijd hetzelfde beoordelingsformulier gebruikt. De inhoud van een praktijktoets kun je ook verantwoorden door de indicatoren te relateren aan de competentie, het leerdoel (of de eindterm) dat getoetst moet worden. Als je vervolgens ook aangeeft welke opdracht het te beoordelen gedrag uitlokt, dan heb je een mooie verantwoording van de praktijktoets.
Daarnaast geldt: waarom zou ik bij een praktijktoets moeite doen door met een taxonomie te beschrijven wat het beheersingsniveau is? Een student krijgt het beoordelingsformulier vooraf en kan lezen wat er van hem verwacht wordt. Bijvoorbeeld: de presentatie is overtuigend. Waarom zou ik daar nog bij moeten schrijven om welk beheersingsniveau het gaat? Dat is een onzinnige actie. Een toetsmatrijs met die beheersingsfactoren is wél relevant bij een kennistoets en zelfs absoluut noodzakelijk om die gelijkwaardigheid te kunnen garanderen.

Hoe kom je tot een goede toetsmatrijs?

Kies eerst een format wat je wilt gebruiken. Gebruik eventueel ons voorbeeld voor het vo, mbo of ho. In een toetsmatrijs neem je de verschillende leerdoelen of eindtermen uit het toetsplan (of PTA) over. Op basis van je vakinhoudelijke deskundigheid geef je de verhouding aan tussen die leerdoelen of eindtermen. Tot slot geef je aan op welk beheersingsniveau of op welke beheersingsniveaus je deze wilt toetsen.

‘Het maken van een toetsmatrijs is een lastige klus die een groot beroep doet op je abstractievermogen, maar een geruststelling is dat het maar een eenmalige klus is’


Als je de toetsmatrijs eenmaal afhebt kan je deze gebruiken voor alle versies van de toets. De matrijs verandert alleen als het curriculum verandert of op basis van voortschrijdend inzicht.

Cito helpt je graag bij alle stappen in het toetsproces, uiteraard ook bij het opstellen en vaststellen van een toetsmatrijs.

1 Een toets is een instrument voor het meten van iemands kennis, vaardigheden of gedrag. Deze toets kan zowel een formatieve als een summatieve functie hebben. In deze tekst wordt dus geen onderscheid gemaakt tussen een toets en een examen zoals in het mbo gebruikelijk is.