Sluiten

'Ontwikkeling unieke intelligentietest met normering op leeftijd én op leerjaar'

Blog
Michel Hop
Michel HopToetsdeskundige bij Cito
Het interessantste project uit mijn 20-jarige Cito-loopbaan is zonder twijfel het iq-project geweest. Een project met vele uitdagingen, maar met een mooi resultaat. Sowieso geweldig om als afgestudeerd psycholoog een intelligentietest te mogen ontwikkelen. Want, wat zijn je uitgangspunten? Bij welke theorie over intelligentie sluit je aan? Welke visie ligt ten grondslag aan je test? Welke domeinen neem je erin op en welke niet? Hoeveel tijd mag de test in beslag nemen? Stuk voor stuk vragen die zijn beantwoord en hebben geleid tot de unieke intelligentietest voor leerlingen van 11 tot en met 14 jaar die scholen zelf kunnen afnemen. In deze blog meer over mijn zoektocht en de beslissingen op basis waarvan de CognitiQ Intelligentietest tot stand is gekomen.

Mijn visie op de test is altijd dezelfde geweest; de test maak je om naast leervorderingen een beeld van de cognitieve capaciteiten van de leerlingen te hebben. Op basis van leervorderingen zie je het resultaat van het leerproces. De intelligentietest geeft je vervolgens een idee van de cognitieve capaciteiten van de leerlingen. Daar waar de 2 resultaten ver uit elkaar liggen, moet je verder kijken. Zeker wanneer bij een leerling de score op de cognitieve capaciteitentest veel hoger ligt dan de score op de leervorderingentoets. Om een voorbeeld te geven; er zijn 2 leerlingen die net boven gemiddeld scoren op de Cito-volgsysteemtoetsen. Het schooladvies vmbo-t ligt dan het meest voor de hand en havo zou een optie kunnen zijn. De ene leerling scoort vervolgens net onder het gemiddelde op de iq-test en de ander scoort 20 punten boven het gemiddelde. Voor de eerste leerling lijkt dan vmbo het meest passend. Voor de andere leerling zeker niet. Ondanks zijn gemiddelde leerprestaties, zou havo/vwo toch het best passend zijn én moet er gekeken worden waarom deze leerling onderpresteert. 

Indicatie van cognitieve capaciteiten voor álle leerlingen

Meisje in vo maakt toets op papier en krijgt hulp van docentEn dat brengt me op een ander stukje van de visie. Het onderwijs zou wat mij betreft van alle leerlingen een indicatie moeten hebben van hun cognitieve capaciteiten. Elke leerling zou dan ook getest moeten worden, zodat het onderwijs beter in staat is om elke leerling te begeleiden. Dit vraagt om een goedkope, breed inzetbare iq-test die door de scholen zelf kan worden afgenomen. Vervolgens zouden psychologen zich bezig moeten houden met de opvallendste profielen en de mogelijke problematiek en behandeling daarvan.

Psychometristen, psychologen en managers moesten wennen

Helaas was niet iedereen vanaf het begin wildenthousiast over de plannen. De psychometrische specialisten vonden een iq-test niet meer van deze tijd en vonden leervorderingstoetsen een betere manier om schoolprestaties te voorspellen (wat ook zo is!). De managers bij Cito dachten eerst dat de test de leerlingvolgsysteemtoetsen zou gaan beconcurreren, terwijl het juist bedoeld is ter aanvulling, voor een beter totaalbeeld van een leerling. Als laatste nog de psychologen. Naar hun mening was het afnemen van iq-testen aan hen voorbehouden. Ik ben het daar niet mee eens.

Onderwijsveld test zelf, psychologen doen soms verder onderzoek

Volgens mij kan een intelligentietest prima door het onderwijsveld zelf worden afgenomen en de uitslag gekoppeld worden aan een best passend onderwijsniveau. Tot daar kan het onderwijsveld het prima zelf af. Op het moment dat de uitslag niet overeenkomt met de verwachtingen op basis van de leervorderingstoetsen komt de psycholoog in beeld. Die zal dan mogelijk verder moeten analyseren wat de oorzaak kan zijn van het verschil en een traject uitzetten ter verbetering.

Focus op redeneren met woorden, figuren en getallen

Naast een visie, was duidelijk dat we intelligentie zo zuiver mogelijk wilden meten. We wilden niet de producten van intelligentie testen, zoals bijvoorbeeld woordkennis. We wilden intelligentie aan het werk zien en daarom kozen we voor redeneervaardigheden. Redeneren met woorden, figuren en getallen. We wisten uit de literatuur dat het vermogen om te redeneren sterk samenhangt met algemene intelligentie. We besloten om 6 categorieën op te nemen: 2 met woorden, 2 met figuren en 2 met getallen. En we kozen ervoor om 3 categorieën op te nemen waarbij inductief geredeneerd moest worden. Dan creëer je als het ware een theorie. En 3 categorieën waarbij deductief geredeneerd moest worden. Dan test je een bestaande theorie.

Betrouwbaarheid en balans in domeinen van de intelligentietest

Voor de ontwikkeling van de iq-test bepaalden we het aantal opgaven per domein voor een betrouwbare test. Op die manier ontstond een toets van in totaal 110 opgaven. We kozen ervoor om de opgaven te verdelen over 2 toetsboekjes. Elk boekje heeft dan 55 opgaven en kan in 1 lesuur worden gemaakt. De totale toets neemt dan 2 lesuren in beslag. We onderzochten vervolgens hoeveel procent van de leerlingen erin slaagt om een toetsboekje binnen een lesuur af te ronden. Dat bleek rond de 95 procent te zijn. Precies wat we wilden! Om een vergelijking te maken; we willen niet meten hoe snel de auto kan optrekken, we willen weten wat de maximale snelheid is van de auto en dus willen we tijd niet een belangrijke factor laten zijn. Daarmee stond de basis.

Uniek: niet alleen normering op leerjaar, maar ook op leeftijd

CognitiQ Intelligentietest leerlingrapportMet een ontwikkelteam van psychologen hebben we in 3 maanden tijd de opgaven van de intelligentietest ontwikkeld. Na een proeftoetsing konden we de 110 beste opgaven selecteren en hadden we onze test gereed. De volgende fase bleek de meest complexe. Als ingang voor de steekproeftrekking kozen we het onderwijsveld en daarmee haalden we ons een probleem op de hals. We wilden per se ook op leeftijd normeren. Het bleek een haast onmogelijke opgave om op een bepaald moment in het schooljaar de verdeling van leerlingen per leeftijd over het basisonderwijs en voortgezet onderwijs te krijgen. Zelfs het CBS kon ons niet helpen. Uiteindelijk hebben we door verschillende datasets te combineren een goed beeld van die verdeling gekregen. En zijn we erin geslaagd om zowel een leeftijd- als leerjaarnormering te maken. De meeste andere intelligentietesten die gebruikt worden ter ondersteuning van het onderwijsadvies, hebben alleen een leerjaarnormering, omdat die veel eenvoudiger en goedkoper is om te realiseren. Maar daarmee doe je de versnellende leerling te kort en de vertraagde leerling wordt bevoordeeld. Het beeld wordt dan dus vertekend. Bij onze test niet, daarmee kun je de score van de leerlingen vergelijken met hun leeftijdgenoten, zoals dat eigenlijk hoort bij een iq-test, en met leerjaargenoten.

Wetenschappelijke onderbouwing en positieve Cotan-beoordeling

Cotan goedgekeurd hulpmiddel voor het onderwijsAls laatste stond het betrouwbaarheidsonderzoek en het valideringsonderzoek op het programma. In de loop van de tijd had ik goede contacten met scholen opgebouwd en veel gegevens verzameld van de leerlingen die hadden deelgenomen. Daardoor kon ik een mooie, complete wetenschappelijke onderbouwing presenteren van de test. Waarbij ook het effect van dyslexie en andere achtergrondkenmerken aangetoond kon worden. Het resultaat was een bijzonder positieve Cotan-beoordeling, met op 6 van de 7 onderdelen de score ‘goed’ en op 1 onderdeel de score ‘voldoende’. In totaal zijn we ruim 4 jaar bezig geweest maar het resultaat mocht er zijn. 

Tip: plaats de intelligentietest in het juiste perspectief

Ondanks dat ik trots ben op het instrument dat ik samen met meewerkende scholen en collega’s heb gemaakt, hoop ik dat mensen na het lezen van mijn blog minder zwaar omgaan met het begrip intelligentie. Een test zegt niet alles. Je kunt een goede of een slechte dag hebben. En de ene test is de andere niet. Intelligentie als absoluut gegeven bestaat niet! En zo hoop ik ook dat onze CognitiQ Intelligentietest gebruikt wordt. Gebruik deze altijd in combinatie met andere inzichten om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van leerlingen. Om samen met docenten, ouders of verzorgers en op basis van die verschillende factoren beslissingen te nemen voor een optimale ontwikkeling van leerlingen.