'40 kleuters. Hoe krijg je die straks in beeld?'

“90 procent van onze kleuters kan prima getoetst worden. Je haalt er vaak dingen uit waarvan je zegt ‘o ja!’. Vaak bevestigt het het beeld dat je al had. Kijk, of een kind een I, II, III, IV of V haalt, dat is met name voor ouders heel verwarrend. Lastig ook om dit goed uit te leggen. Op een gegeven moment hebben we ook afgesproken een kind pas te toetsen als het een half jaar op school is. Want die kleintjes weten soms echt nog niet hoe ze een boekje moeten omslaan. Maar in groep 2 met name, haalden we echt veel uit de toetsen.” “Natuurlijk wil je daarnaast echt bezig zijn met de kinderen, goed luisteren naar de kinderen. Soms is er één met heel slechte toetsresultaten, waarvan ik echt niet meer begreep hoe hij dacht, maar dan een-op-een en met observatie goed kijken, luisteren, vragen, leer je meer.”
En hoe moet dat zonder toetsen of instrumenten?
“Zie, we hebben 40 kleuters op onze school. Het is dan best moeilijk om iedereen in beeld te krijgen.” Janine en haar collega-leerkracht en ib’er Carla van Marwijk vinden dat observatie het allerbelangrijkst is. Carla vult aan: “Duidelijk is dat je straks niet meer mag vergelijken met niveaugroepen zoals A – E of I – V, maar dat de instrumenten die je gebruikt bij je observaties wel genormeerd moeten zijn. Ze moeten voldoen aan de nieuwe eisen. Plus natuurlijk aan onze wensen.”

Wars van hulpmiddelen, ‘niet leuke zaken’ en rapporten
Aandachtspunt: zelf blijven nadenken
Observeren blijft straks – dus ook na 2021 – het belangrijkste, denkt Janine. “Maar het blijft subjectief wat wij doen.” Carla vult aan: “Een onafhankelijk instrument is in mijn ogen dan ook nog steeds nodig. Waar wil ik meer over weten? We willen wat dat betreft ook geen afvinklijst, we willen dat de leerkracht continu zelf blijft nadenken over volgende stappen.” Janine noemt als voorbeeld: “Zo gebruiken we nu een instrument vanuit de methode, nou, dat is een huge observatielijst, dat is echt niet te doen. En allemaal plus, minnetje, of plusmin, tja… We zijn er heel actief mee begonnen, maar het werkt niet. Je gaat bijna vanuit de doelen de activiteiten bedenken, in plaats van dat je andersom werkt.” Je wilt de leerkracht dus ontzorgen, maar wél stimuleren te blijven nadenken, aldus Carla.

Inzichten direct in rapportgesprekken gebruikt
Hoe werkt dat dan?
Laat je uitgebreid informeren en stel al je vragen op een van onze regiobijeenkomsten!
> Lees meer en meld je snel aan
Samen op zoek naar hét antwoord...
“Je kunt iets bedenken, maar in de praktijk ziet het er vaak heel anders uit. Goed luisteren naar wat er nodig is, is essentieel. En dan volop testen en doorontwikkelen. Daarom zorgen we er sámen voor dat het nieuwe instrument hét antwoord wordt op de grote behoefte aan een nieuwe manier van volgen. Verschillende vormen van intensieve samenwerking – focusgroepen, screeningsgroepen, een speciale online community en proefonderzoek – zorgden al voor de beste inhoud en vorm voor het instrument; via uitgebreid kwaliteitsonderzoek en een standaardbepaling zorgen we nu voor een optimale betrouwbaarheid en validiteit. Het lastigste? Keuzes maken, met alle meningen, goede ideeën en wensen. Bijvoorbeeld een balans vinden tussen ‘ik wil zo min mogelijk tijd kwijt zijn aan administratie’ versus ‘ik wil zo veel mogelijk informatie verzamelen’. Toch lijkt dat heel goed gelukt. De vele enthousiaste reacties geven ons allemaal een enorme boost en bevestiging. Nóg mooier vind ik het om zelf in de praktijk, bijvoorbeeld door de verschillende schoolbezoeken, te zien wat voor mooie aanvulling Kleuter in beeld kan zijn voor de leerkracht.”
Judith Vloedgraven,
projectleider Kleuter in beeld - Taal
