Direct naar inhoud
Leerkracht primair onderwijs

Verwacht toetsadvies

Om een beeld te krijgen van het best passende vervolgonderwijs hoef je met Leerling in beeld geen aparte Entreetoets meer af te nemen. Het advies is namelijk gewoon onderdeel van het E7-toetsmoment. Als je bij de leerlingen van groep 7 tijdens het E-moment in mei/juni de toetsen Begrijpend lezen, Rekenen-Wiskunde en Taalverzorging afneemt, genereert Leerling in beeld automatisch een verwacht toetsadvies voor het best passend vervolgonderwijs. Voorwaarden zijn wel dat:

  • de leerlingen de toetsen voor deze drie vaardigheden maken;
  • deze toetsen van het niveau E6, M7, E7 of B8 zijn;
  • de leerlingen bij Taalverzorging de drie onderdelen spelling niet-werkwoorden, spelling werkwoorden én leestekens maken én dat moet op hetzelfde niveau zijn.

Op deze pagina lees je meer over hoe je het verwachte toetsadvies kunt gebruiken.

Kansrijk adviseren - een nieuw evenwicht

In schooljaar 2023-2024 verandert het proces rond de advisering voor het voortgezet onderwijs, waarbij de volgende punten eruit springen:

  • de eindtoets wordt voortaan de doorstroomtoets genoemd, om duidelijk te maken dat deze toets geen afsluiting is van het basisonderwijs, zoals eindexamens dat wel zijn van het voortgezet onderwijs;
  • leerlingen maken de doorstroomtoets in februari van groep 8, zodat de resultaten ervan beschikbaar zijn vóórdat scholen het definitieve schooladvies opstellen;
  • scholen worden verplicht om hun voorlopige schooladvies naar boven bij te stellen als de leerling op basis van de doorstroomtoets een hoger advies krijgt (toetsadvies genoemd).

Deze veranderingen bieden een kans om tot een nieuw evenwicht te komen, waarin:

  • de doorstroomtoets weer fungeert als second opinion voor het definitieve schooladvies;
  • het beeld dat de basisschool van een leerling heeft, de basis vormt van het schooladvies;
  • elke leerling, en niet alleen de leerling met mondige ouders, zo kansrijk mogelijk geadviseerd wordt door de verplichte bijstelling naar boven op basis van de doorstroomtoets.

Leerling in beeld: één van de bronnen voor het voorlopig schooladvies

Natuurlijk geeft de ontwikkeling van een leerling gedurende de basisschool informatie over welke vervolgstap het best past bij zijn ontwikkeling, naast alle andere informatie die de school heeft over een leerling. Wat wij onwenselijk vinden, is de mechanische manier waarop sommige scholen of regio’s deze gegevens gebruiken. Bijvoorbeeld door te stellen 'alleen leerlingen met een A-score op alle vakken in groep 6 tot en met 8 geschikt zijn voor het VWO’ of ‘Dat leerlingen die een C scoren op een van die toetsen niet naar de havo kunnen'. Want wat als een leerling:

  • een laatbloeier is en aan het einde van groep 7 op gang komt?
  • op één vak wat minder scoort, maar dat compenseert met enorme motivatie?
  • de toetsen goed maakt, maar vanwege zijn werkhouding specifieke aandacht nodig heeft?

Verwacht toetsadvies als hulpmiddel

Hoe kun je het volgsysteem dan wél gebruiken bij het opstellen van het voorlopig schooladvies?

Hier volgen enkele suggesties:

  • Gebruik het verwachte toetsadvies als hulpmiddel. Dit verwachte toetsadvies is gebaseerd op de resultaten van de toetsen Begrijpend lezen, Rekenen-Wiskunde en Taalverzorging die de leerling aan het einde van groep 7 maakt. Het verwachte toetsadvies is in principe een dubbeladvies, behalve voor het vwo-advies. Dezelfde categorieën als voor de doorstroomtoets zijn voorgeschreven worden gehanteerd.
  • Omdat de toetsen aan het einde van groep 7 een momentopname zijn, adviseren we aan om ook naar de gehele ontwikkeling van de leerling gedurende de basisschoolperiode te kijken. Passen de resultaten aan het einde van groep 7 binnen de ontwikkelingslijn die tot dan toe is waargenomen?
  • Blijf de ontwikkeling van de leerlingen volgen tijdens groep 8. Vertonen leerlingen plotseling een groei(spurt) in ontwikkeling? Houdt deze groei aan?

Houd bij het opstellen van de voorlopige schooladviezen halverwege groep 8 rekening met al deze informatie uit Leerling in beeld. Het is vanzelfsprekend dat je bij het onderbouwen van de voorlopige schooladviezen gebruikmaakt van méér informatie dan alleen de gegevens uit het volgsysteem. Hierdoor ontstaat een compleet beeld van de leerling. De focus moet hierbij liggen op kansrijk adviseren! Handige tips hiervoor staan in de Handreiking schooladvisering (OCW).

Waarom neemt Leerling in beeld de resultaten van eerder gemaakte toetsen niet mee bij het verwachte toetsadvies?

Hier zijn drie redenen voor:

  1. Onderwijsinhoudelijk. De inhoud van vakgebieden verandert in de loop van de basisschoolperiode. Bijvoorbeeld bij Rekenen worden de bewerkingen die leerlingen leren steeds complexer gedurende de basisschoolperiode, denk aan het leren van de getallenrij naar het leren optellen onder en vervolgens boven het tiental en honderdtal. Ook leert een leerling gaandeweg nieuwe bewerkingen, denk aan vermenigvuldigen en delen, meten en meetkunde. Pas vanaf eind groep 6 komt het rekenonderwijs onderwijsinhoudelijk in de buurt van het eerste referentieniveau (1F). Pas vanaf dat moment komen de opgaven in de toetsen van Leerling in beeld inhoudelijk overeen met de referentieniveaus en kunnen dus voor het eerst betrouwbare uitspraken mogelijk gemaakt worden over de mate waarin leerlingen de referentieniveaus beheersen.
  2. De ontwikkeling van kinderen. De ontwikkeling van kinderen verloopt niet lineair. Voorspellingen over de ontwikkeling van kinderen worden onbetrouwbaarder naarmate de periode langer is, blijkt uit onderzoek Dit geldt vooral voor de wat zwakkere leerlingen, bij wie de ontwikkeling soms erg grillig verloopt. Voorspellingen over een periode langer dan één jaar, worden al snel onbetrouwbaar (zie Keuning & Visser, 2013). Het niveau van optellen in lagere groepen voorspelt bijvoorbeeld niet hoe vaardig een leerling zal zijn bij vermenigvuldigen en delen in hogere groepen.
  3. Eerlijke kansen bieden. Met het oog op eerlijke kansen willen we voorkomen dat leerlingen te snel in aangepaste leerlijnen terechtkomen, waardoor mogelijk te snel of onterecht besloten wordt om bepaalde onderdelen niet meer aan te bieden. Met als gevolg dat leerlingen minder kansen krijgen om zich te ontwikkelen. Dit gebeurt vanuit de goedbedoelde intentie om bijvoorbeeld het rekenonderwijs beter af te stemmen op het niveau van een leerling, maar het effect is dan dat de rekenvaardigheid van de leerling ook niet hoger kán uitkomen: het is ook niet aangeboden. Dit wordt ook wel de self-fulfilling prophecy genoemd: je verwacht - bewust of onbewust - dat een leerling zich minder dan gemiddeld zal ontwikkelen, en daarom krijgt de leerling een beperkter onderwijsaanbod, en (mede) daardoor komt zijn rekenvaardigheid uiteindelijk ook niet hoger uit dan je verwachting.
Medewerker aan telefoon

Kunnen we je helpen?

Stel je vraag via onze kanalen of kijk in de veelgestelde vragen.
Voor scholen: Vergeet niet om het brinnummer bij de hand te hebben en/of in de mail te vermelden, zodat we jouw vraag sneller kunnen behandelen!

Bereikbaar Ma t/m vr 08.30 tot 15.00 uur
Bellen (026) 352 11 11
E-mail klantenservice@cito.nl

Zoeken