SluitenSluiten
Leerlingen groep 8 bij de fietsenstalling

Centrale Eindtoets

Het nut van eindtoetsing in het huidige onderwijsstelsel

Cito logo plectrumVerder

Het nut van eindtoetsing

De ‘Cito-toets’ is ruim 50 jaar geleden ontstaan om bij te dragen aan kansengelijkheid. Sinds 2015 heeft deze toets plaatsgemaakt voor de Centrale Eindtoets. Deze eindtoets maken wij in opdracht van de overheid. In het huidige onderwijsstelsel is de eindtoets nog altijd van toegevoegde waarde. Hierbij is het belangrijk dat er een balans is tussen enerzijds het beleid rondom eindtoetsing en anderzijds het gebruik van de eindtoets in de praktijk. Op deze pagina lees je meer over deze balans en de belangrijke, maar tegelijkertijd bescheiden, rol van de eindtoets.
nut van eindtoetsing in het huidige onderwijsstelsel
Het schooladvies van de leerkracht is leidend. Voor 1 maart wordt het voorlopig schooladvies afgegeven. Na afname van de eindtoets tussen 15 april en 15 mei volgt het toetsadvies. Het toetsadvies is een objectief tweede gegeven naast het voorlopige schooladvies.

Valt het toetsadvies hoger uit dan het voorlopige schooladvies, dan kan de leerkracht het schooladvies naar boven bijstellen. Valt het toetsadvies lager uit dan het voorlopige schooladvies, dan mag het schooladvies niet worden bijgesteld. Een leerling kan hierdoor alleen maar voordeel behalen.

Zie ook Schooladvies en eindtoets basisschool – OCW

 *) Miv 1 januari 2023 treedt de wet Doorstroomtoetsen po in werking. Valt het toetsadvies hoger uit dan het voorlopige schooladvies, dan moet de leerkracht het schooladvies naar boven bijstellen (tenzij dat niet in belang van de leerling is).
verhouding schooladvies-toetsadvies
beleid – inrichting overgang van po naar vo
De verschuiving van categorale brugklassen met één brugklastype naar brede brugklassen, zorgt ervoor dat leerlingen ruimte hebben om te ontdekken welk type onderwijs het best bij hen past.

Door brede brugklassen en het faciliteren van op- en afstromen in het vo, wordt de overgang van po naar vo minder bepalend. En de rol van de eindtoets bescheiden.

Zie ook infographic OCW en Handreiking OCW - Kansrijke doorstroom na brugklas.
Afbeelding breed - 1kolom
praktijk – resultaatbepaling
De standaardscore en het bijbehorende toetsadvies worden berekend op basis van twee type onderzoeken:

- onderzoek naar het moeilijkheidsniveau van de eindtoets, waarbij we de moeilijkheid van de eindtoets vergelijken met die van voor gaande jaren

- onderzoek naar de doorstroom van leerlingen t/m hun derde schooljaar vo, waarbij we kijken naar de voorspelbaarheid van het juiste brugklastype

Hoe andere leerlingen hun eindtoets hebben gemaakt, is niet van invloed op de standaardscore van een leerling. Er is daarom geen sprake van een relatieve normering.

Elk jaar wordt ca. 10 % van de voorlopige schooladviezen bijgesteld. De leerkrachten baseren zich hierbij op het toetsadvies.

In 2020 zijn als gevolg van corona geen eindtoetsen afgenomen. Omdat er geen mogelijkheid was tot bijstelling van het voorlopig schooladvies, waren de definitieve schooladviezen lager dan voorgaande jaren. Dit toont het effect aan van de eindtoets in de praktijk.

Zie ook proefschrift De leraar weet het het beste? over het oordeel van de leerkracht en toetsresultaten door Kimberley Lek.
praktijk – verhouding schooladvies - toetsadvies
Schaduwonderwijs brengt het nut van eindtoetsing niet persé uit balans.

Schaduwonderwijs:

– heeft geen effect op de normering, omdat het resultaat van de leerling met schaduwonderwijs niet wordt gebaseerd op de resultaten van andere leerlingen (geen relatieve normering)

– heeft effect op gelijke kansen, omdat niet iedereen toegang heeft tot schaduwonderwijs

gaat voorbij aan het doel van eindtoetsing, omdat schaduwonderwijs de uitslag van toetsen kan vertekenen, en de leerling juist is gebaat bij het best passend vervolgonderwijs
praktijk – schaduwonderwijs

Lees ook

  • ‘Waar argumenten die de waarde van de eindtoets ter discussie stellen breed gedeeld worden, worden argumenten die de waarde van de eindtoets belichten beduidend minder benoemd.’ In dit artikel gaan Tamara van Schilt en Cito-collega Marie-Anne Keizer in op misconcepties en aannames. Lees hier het artikel in de nieuwsbrief E-XAMENS